LUX
terwijl ik naar de doorgewinterde evidentie staar, verdorde natuur
brak en dood
brak en dood
merk ik kleur en continuïteit op; er zijn paden en velden, huizen op hellingen en kerken
waterlichamen, stromend, stil
veranderlijk;
veranderlijk;
ik kan me de lente inbeelden
en is dat niet mooi?
het voorbijrazend beeld maakt plaats voor verbeelding
ik vertrek met temmende richting en gedisciplineerde verlossing,
of was het verlossende discipline?


Reacties
Een reactie posten